Een theoretische sub is iemand die alleen in theorie verstand heeft van onderdanigheid, maar er in de praktijk niets van terecht brengt.
Een theoretische sub doet, als het puntje bij paaltje komt, niet wat zij in theorie correct vindt of met de mond beleidt. Zij doet als het ware geen boter bij de vis.
“Put your money where your mouth is”. Een uitspraak die bij mij past als het gaat om D/s. Wat heb je aan mooie verhalen als het niet op realiteit gebaseerd is? Wat heb je aan weten hoe het ‘werkt’ of zelfs, hoe het ‘moet’ als je in de praktijk niets met deze kennis doet, in interactie met echte mensen. Wat heb je, kortom, aan alleen theorie.
De theoretische sub is mijn concept, iets wat ik al jaren tegen mijzelf roep op momenten dat ik bij mezelf vind dat ik dit principe niet in de praktijk breng.
Een compliment is het niet. Je zou het mij ook nooit over anderen horen zeggen. Wie ben ik om over zoiets te oordelen?
Voor mezelf ben ik streng. Te streng, zegt Frank weleens, of eigenlijk best redelijk vaak. De eerlijkheid gebiedt met te zeggen dat ik hierin veranderd ben. Ik ben minder streng en oordelend over mezelf geworden. Dat is in de eerste plaats te danken aan Franks inspanningen. Hij is het namelijk structureel en consequent niet eens met mijn (negatieve) oordelen over mijzelf. Daarnaast, niet onbelangrijk, heeft hij me al enige tijd geleden ‘het recht ontnomen’ – zoals hij het zelf uitdrukte- om over mezelf te oordelen. Dat doet híj wel. Dat is niet aan mij.
Klopt natuurlijk helemaal, kan ik het alleen maar mee eens zijn. Ik ben immers van hem en het is niet aardig om het eigendom van iemand anders af te kraken of überhaupt te beoordelen op correctheid, juistheid of moreel niveau.
Dus heeft ie gelijk dat hij zegt dat ik dat soort zaken los moet laten. Dat hij het wel laat weten als hij ontevreden is en dat er, zolang hij tevreden is, geen vuiltje aan de lucht is.
Tot zover de theorie.
De praktijk is dat ik onze relatie soms moeilijk vind. Dat ik me soms ongepast gedraag en er ook helemaal geen lol in heb als hij me op een ongelegen moment iets opdraagt. Of mijn best wel goede plannen in een andere richting stuurt. Zoals gezegd: op ongelegen momenten komt onderdanigheid behoorlijk slecht uit. In theorie niet, maar in de praktijk toch wel degelijk. Met regelmaat worstel ik hiermee en ben me daar van bewust.
Spottend zeg ik dan dat ik een theoretische sub ben of dat mijn theoretische subgehalte weer is gestegen (bijvoorbeeld in tijden van stress of drukte of vermoeidheid).
Eigenlijk is dat niet aardig om zo over jezelf te praten. Ik realiseer me dat wel. Misschien helpt het me ook wel om te laten merken dat ik wel degelijk weet dat het niet harmonieus loopt en dat dat aan mij ligt. Of helpt het om te reflecteren en mezelf er even op te wijzen wat ook alweer het grotere kader is. Los van het moment.
Het is zo mooi als je helemaal met elkaar in sink bent, moeiteloos volgt waar hij leidt, niet nadenkt, maar instinctmatig handelt, knielt en je hoofd op zijn voeten legt. Zo vloeiend als het contact kan zijn, zo schokkerig en houterig gaat het op andere momenten. Tegen anderen zou ik zeggen: het is een leerproces, wees niet zo perfectionistisch en ik zou het menen. Bij mezelf is dat lastiger, al leer ik nog steeds bij.
Stiekem denk ik dat hij overigens best waardering heeft voor mijn serieuze streven om een goede en reflective sub te zijn, maar goed, daar gaat dit stukje niet over.
In het verleden zei ik soms gekscherend: “als ik mijn eigen baas was, zou ik mezelf veel harder aanpakken!” Eens reageerde hij met: “En dat is precies waarom je je eigen baas niet bent.”
woensdag 22 september 2010
Abonneren op:
Posts (Atom)