zondag 24 januari 2010

De ideale D/s

Ik vroeg aan een andere sub ‘wat is voor jou de ideale D/s’? Zij kaatste die vraag meteen terug en ik begon erover na te denken. Wat een onmogelijke vraag ook eigenlijk!

En wat is ideaal? Ideaal als in: ‘meest haalbaar’ of als in ‘de ideale fantasie’?
Voor mij persoonlijk klinkt ‘ meest haalbaar’ te veel als een compromis. Daar ben ik te radicaal voor, te veel een ‘alles of niks’ persoon, ook in mijn onderdanigheid. Tegelijkertijd is het leven geen fantasie, dus ook dat klopt niet. Wie wil er niet 24/7 in extase verkeren? Maar toch…daar gaat de ideale D/s voor mij niet over.

Streef onbekommerd naar het ideale, zegt Loesje. Zo leef ik ook, zij hij niet altijd onbekommerd:).

Wat zijn nou ingrediënten voor een ideale D/s? Frank zou hierover meteen zeggen: intensief met elkaar bezig zijn, onophoudelijk intensief met elkaar bezig zijn.
Daar kan ik me in vinden, ook gezien de ervaring. Als wij intensief bezig zijn met elkaar, dan is dat automatisch op onze D/s manier, met veel dominantie en veel onderdanigheid in de interactie. Met veel uitingen daarvan en met veel gevoel.

Ideaal is dus heel erg ‘wij’ in onze eigen wereld, op onze eigen manier. Hoe dat zich ook uit. Het beeld van altijd naakt geketend aan zijn voeten te zitten, radicaal onderworpen, dringt zich wel bij me op. Maar….eigenlijk gaat het om de interactie die helemaal bij ons past. En daarin wil de uitingsvorm nogal eens verschillen. Voor mij als onderdanige speelt het wel een grote rol dat ‘intensief met elkaar bezig zijn’ betekent: hij let erg op mij. Hij laat me niet ontsnappen. Hij kijkt door me heen en houdt me gevangen. Gevangen op welke manier dan ook, maar (uiteraard) vooral mentaal. Dat maakt dat ik me gezien en veilig voel en me ook helemaal open stel.

Ondanks de grote nadruk op Frank en mij, zit voor in het ideaal ook een soort ‘gemeenschapscomponent ‘, Frank en ik, maar ook iets van een bredere kring er omheen, delen.

Dat is niet hetzelfde als ‘subjes delen’ of ‘subjes uitlenen’. Ik weet dat dat Franks ding niet is. Dat is ook wel erg cliché en zou bijten met de bezitterigheid en zorgzaamheid van dominanten zoals Frank. Voor dat soort dingen zijn wij ook veel te teruggetrokken en te veel op onszelf. Het delen doet er echter wel toe. Dat je juist niet totaal alleen bent in die ‘grote boze bdsm-wereld’, zoals ik het soms verwoord. Soms kan delen de D/s gevoelens of nederigheid vergroten of je kunt van andere mensen die je een spiegel voorhouden leren. Soms zorgt delen voor gevoelens van veiligheid. Namelijk het idee dat je ook op anderen terug zou kunnen vallen, bij wijze van vraagbaak, maar ook bij wijze van steun. Weten dat er mensen zijn die iets snappen van dat wat we doen, ook als dat op afstand is.

Alles bij elkaar is mijn beeld van de ideale D/s redelijk basaal en gaat het me niet om uitingsvormen of lekkere subgevoelens (al is daar niks mis mee). Het gaat me vooral om een soort continuïteit, waarin ik me echt in de kern geraakt en echt verbonden weet.

identiteit

Onlangs las ik een boek met de titel ‘man/vrouw, min of meer’, over mensen die zich, op wat voor manier dan ook, niet thuis voelen in de categorie man of vrouw.

Ik dacht zo na over het fenomeen dat in het boek ook wordt besproken: je identificeren met een bepaalde rol of een bepaalde groep. Zoals man of vrouw. En ik realiseer me dat ik dat eigenlijk nooit zo had. Ik heb me nooit echt geïdentificeerd met dat soort categorieën. Zoals iemand ooit heel treffend zei: “Daar staan de mannen, daar de vrouwen en hier sta ik.” Als een observant.
Met welke groep voel ik me gewoon natuurlijk gezien verwant? En is dat voor andere mensen echt heel anders dan hoe ik dat voel?

De eerste keer dat ik voelde dat een rol, een bepaald iets me als gegoten zat, heel natuurlijk, dat was het moederschap. Dat voelde natuurlijk, dat klopte, daar had ik gewoon vertrouwen in. Het klopte bij mijn binnenkant. Punt. Geen twijfel over mogelijk.
En ik voel ook verbondenheid met andere moeders. altijd gevoeld, een soort vanzelfsprekende solidariteit.

Zouden andere mensen dat ook hebben als het gaat om man zijn, vrouw zijn, hetero, homo of bi zijn? Ik niet dus.

Ik heb dat, maar dat is wat anders, wel met Frank: ik voel dat we bij elkaar horen.
Maar dat is niet hetzelfde als dat ik denk: het is een heterorelatie, of: ik moet een relatie met een man. Dat is niet te veralgemeniseren denk ik. Voor mij niet tenminste.

Ik voel me sinds de relatie met hem heel erg thuis in het gevoel van onderdanigheid en noem mezelf dus sub of misschien breder: bdsm-er. Maar past die D/s jas me net zo goed en natuurlijk als het moederschap? Het is weerbarstigerer materie voor mijn gevoel, veel minder duidelijk en minder eenduidig waarover het gaat. Want bdsm is zo vreselijk breed. Ik merk wel dat het ‘hokje’ eigendom van Frank me erg goed past, het totale opgaan in hem, loslaten van verantwoordelijkheid, heel bewust omgaan met controlemechanismes in mezelf. Dat past bij mij en bij alles wat ik altijd al diep in mezelf heb gehad.

Het erkennen van mijn subkant was echt helemaal thuiskomen, gezien worden, weten dat dit bij me hoort. Maar toch is het anders dan het moederschap. Of ben ik nog niet zo ver dat ik werkelijk mijn instincten hierin volg?

Zelfopoffering

Er zijn vrouwen die te veel in de liefde investeren en er te veel van verwachten, vrouwen die de neiging hebben zichzelf op te offeren en weg te cijferen, allemaal in de hoop dat hij gelukkig zal zijn. Dit krampachtig verlangen tast vaak het emotionele welzijn van die vrouwen aan en kan zelfs hun fysieke gezondheid en veiligheid in gevaar brengen. In ‘Als hij maar gelukkig is’ laat pyschotherapeute Robin Norwood zien hoe verlammend zelfopoffering kan werken en hoe je eraan kunt ontsnappen.
Dit stukje tekst, een recensie van bovengenoemd boek, trof mij. Ik ken het boek, heb het mechanisme bij vrouwen ook al vaak gezien, helaas. Ik geloof dat mijn moeder het had, om inzicht te krijgen in ‘te-veel-zorg-geven-mechanismes’. Mij ook wel bekend in het leven.
Het valt me op dat het nodig lijkt om uit te leggen dat dat wat wij hebben niet om zelfopoffering gaat. Uiterlijk gezien kun je zeggen dat onze relatie erom draait dat ik toevoeg aan zijn geluk, dat ik er ben voor hem, alles doe wat in mijn macht ligt, om het hem naar de zin te maken. In feite klopt dat wel zo’n beetje. Maar hier is geen sprake van misbruik, maar van ‘gebruik’. Gebruik van ons beider blauwdruk, geaardheid. Of van de manier waarop wij ons het gelukkigst voelen ten opzichte van elkaar. Hoe je dat ook wilt noemen.
Er is zeker geen sprake van opoffering, omdat we uitgaan van wederkerigheid en dat in principe niet het geval is bij een misbruikrelatie. Of misschien is dat niet het onderscheidende. Is het meer de bewustheid waarmee wij dit leven leven, hier voor gaan, voor kiezen.
Ik offer niet op. Ik cijfer niet weg. Ik dien wel. Ik ben onderworpen en ondergeschikt aan hem. En dat is dus niet omdat ik minder belangrijk ben, niet voor mezelf op kan komen of omdat mijn behoeftes er niet toe doen. Mijn behoeftes liggen juist in dat dienen en in dat ‘wegcijferen’ of eigenlijk quasi wegcijferen. Want eigenlijk is dit wel een paradox: mijn behoeftes liggen in een bepaalde vorm van ‘zelfontkenning’. Misschien is loslaten van mezelf beter gezegd trouwens. Er is dus geen sprake van zelfopoffering, maar van zelfactualisatie. Ik kan juist helemaal mezelf zijn door deze mechanismes. Juist binnen de grenzen van onze D/s, waarbinnen ook mijn gezondheid en welzijn gewaarborgd zijn en Frank zich uiterst verantwoordelijk voelt.
Ik merk dat ik probeer het zo te schrijven dat ook een vanilla het zou snappen. Maar is dat mogelijk? Lijkt het oppervlakkig gezien niet toch zo op elkaar? Een belangrijk verschil is wel dat je aan ons kunt zien dat we gelukkig zijn, zelfbewust zijn en goed in ons vel zitten. Je kunt zien dat er veel zorg en liefde is voor elkaar.