Een theoretische sub is iemand die alleen in theorie verstand heeft van onderdanigheid, maar er in de praktijk niets van terecht brengt.
Een theoretische sub doet, als het puntje bij paaltje komt, niet wat zij in theorie correct vindt of met de mond beleidt. Zij doet als het ware geen boter bij de vis.
“Put your money where your mouth is”. Een uitspraak die bij mij past als het gaat om D/s. Wat heb je aan mooie verhalen als het niet op realiteit gebaseerd is? Wat heb je aan weten hoe het ‘werkt’ of zelfs, hoe het ‘moet’ als je in de praktijk niets met deze kennis doet, in interactie met echte mensen. Wat heb je, kortom, aan alleen theorie.
De theoretische sub is mijn concept, iets wat ik al jaren tegen mijzelf roep op momenten dat ik bij mezelf vind dat ik dit principe niet in de praktijk breng.
Een compliment is het niet. Je zou het mij ook nooit over anderen horen zeggen. Wie ben ik om over zoiets te oordelen?
Voor mezelf ben ik streng. Te streng, zegt Frank weleens, of eigenlijk best redelijk vaak. De eerlijkheid gebiedt met te zeggen dat ik hierin veranderd ben. Ik ben minder streng en oordelend over mezelf geworden. Dat is in de eerste plaats te danken aan Franks inspanningen. Hij is het namelijk structureel en consequent niet eens met mijn (negatieve) oordelen over mijzelf. Daarnaast, niet onbelangrijk, heeft hij me al enige tijd geleden ‘het recht ontnomen’ – zoals hij het zelf uitdrukte- om over mezelf te oordelen. Dat doet híj wel. Dat is niet aan mij.
Klopt natuurlijk helemaal, kan ik het alleen maar mee eens zijn. Ik ben immers van hem en het is niet aardig om het eigendom van iemand anders af te kraken of überhaupt te beoordelen op correctheid, juistheid of moreel niveau.
Dus heeft ie gelijk dat hij zegt dat ik dat soort zaken los moet laten. Dat hij het wel laat weten als hij ontevreden is en dat er, zolang hij tevreden is, geen vuiltje aan de lucht is.
Tot zover de theorie.
De praktijk is dat ik onze relatie soms moeilijk vind. Dat ik me soms ongepast gedraag en er ook helemaal geen lol in heb als hij me op een ongelegen moment iets opdraagt. Of mijn best wel goede plannen in een andere richting stuurt. Zoals gezegd: op ongelegen momenten komt onderdanigheid behoorlijk slecht uit. In theorie niet, maar in de praktijk toch wel degelijk. Met regelmaat worstel ik hiermee en ben me daar van bewust.
Spottend zeg ik dan dat ik een theoretische sub ben of dat mijn theoretische subgehalte weer is gestegen (bijvoorbeeld in tijden van stress of drukte of vermoeidheid).
Eigenlijk is dat niet aardig om zo over jezelf te praten. Ik realiseer me dat wel. Misschien helpt het me ook wel om te laten merken dat ik wel degelijk weet dat het niet harmonieus loopt en dat dat aan mij ligt. Of helpt het om te reflecteren en mezelf er even op te wijzen wat ook alweer het grotere kader is. Los van het moment.
Het is zo mooi als je helemaal met elkaar in sink bent, moeiteloos volgt waar hij leidt, niet nadenkt, maar instinctmatig handelt, knielt en je hoofd op zijn voeten legt. Zo vloeiend als het contact kan zijn, zo schokkerig en houterig gaat het op andere momenten. Tegen anderen zou ik zeggen: het is een leerproces, wees niet zo perfectionistisch en ik zou het menen. Bij mezelf is dat lastiger, al leer ik nog steeds bij.
Stiekem denk ik dat hij overigens best waardering heeft voor mijn serieuze streven om een goede en reflective sub te zijn, maar goed, daar gaat dit stukje niet over.
In het verleden zei ik soms gekscherend: “als ik mijn eigen baas was, zou ik mezelf veel harder aanpakken!” Eens reageerde hij met: “En dat is precies waarom je je eigen baas niet bent.”
woensdag 22 september 2010
woensdag 9 juni 2010
Nederigheid 4
"Me oprecht nederig voelen is niet hetzelfde als me oprecht nederig gedragen.
Die twee gaan niet automatisch samen."
Als ik uitga van mijn praktijkervaring, dan gaan deze dingen inderdaad niet altijd samen.
Ten eerste kun je je natuurlijk afvragen wat oprecht nederig gedrag inhoudt en wie de definitie daarvan bepaalt. Zoiets lijkt me heel persoonlijk.
In onze relatie zijn er een paar gedragingen die van mij verwacht worden, ongeacht hoe ik mij daar op dat moment bij voel.
Sommige van deze gedragingen kun je als 'nederig' beschouwen. In onze context zijn ze passend, zoals bijvoorbeeld het feit dat ik altijd als in met Frank in een kamer ben, pas op gelijke hoogte zal gaan zitten na toestemming van hem. Zonder toestemming kan ik gaan zitten, bijvoorbeeld op de grond. Je zou dit een uiting van nederigheid kunnen noemen. Ik plaats mijzelf immers letterlijk lager dan hij.
Voor ons een mooie symboliek van hoe we ons tot elkaar verhouden.
Zulke symbolen zijn belangrijk voor ons geworden in de loop van de tijd. Ze helpen om de D/s levend, actueel en tastbaar te houden. Ze kunnen je soms ineens confronteren met de machtsverhoudingen waarin we leven: schokkend of heel fijn of vreselijk irritant. Om die confrontatie gaat het. Deze symbolen en afspraken bestaan niet slechts op de momenten dat ik mij nederig voel. Ze bestaan altijd en de bedoeling is dat ik ze ook altijd uitvoer. Bij een aantal afspraken speelt wel mee dat ik het moeilijker vind het goed en oprecht te doen, naarmate ik me minder nederig voel en makkelijker naarmate ik me nederiger voel.
Dat lijkt me een logische gang van zaken voor iemand die geen heilige is.
Dat betekent echter niet, in onze situatie, dat ik ze niet uitvoer. Voor ons is immer het uitgangspunt dat hij bepaalt en niet ik. Ook mijn gevoel van een bepaald moment is niet bepalend.
Dus komt het voor dat ik nederig gedrag vertoon zonder me nederig te voelen op dat moment? Jazeker.
En daar is niets mis mee, het gedrag is immers correct? Ik speel niets en veins ook geen nederig gevoel. Ik geef blijk van mijn nederige positie.
Die twee dingen zijn namelijk niet hetzelfde: mijn positie is altijd één van onderworpenheid, ondergeschiktheid. Mijn gevoel geeft soms strijd of zit anders in elkaar. Soms volgt het gevoel de positie, maar dat is geen voorwaarde voor die positie. Die bestaat namelijk ook nog als ik me opstandig, in de werkmodus, gestressed of slaperig voel.
Fake zou ik een situatie vinden waarin ik zelf bepaal welke gedragingen nederig zijn of welk gedrag hoort in onze relatie. Zonder dat Frank dat vraagt, zonder dat Frank er een stem in heeft, zonder dat hij het wil. Dan is het voor ons vorm zonder inhoud en is het leeg gedrag zonder betekenis.
Waarom zou je daartoe over gaan?
Die twee gaan niet automatisch samen."
Als ik uitga van mijn praktijkervaring, dan gaan deze dingen inderdaad niet altijd samen.
Ten eerste kun je je natuurlijk afvragen wat oprecht nederig gedrag inhoudt en wie de definitie daarvan bepaalt. Zoiets lijkt me heel persoonlijk.
In onze relatie zijn er een paar gedragingen die van mij verwacht worden, ongeacht hoe ik mij daar op dat moment bij voel.
Sommige van deze gedragingen kun je als 'nederig' beschouwen. In onze context zijn ze passend, zoals bijvoorbeeld het feit dat ik altijd als in met Frank in een kamer ben, pas op gelijke hoogte zal gaan zitten na toestemming van hem. Zonder toestemming kan ik gaan zitten, bijvoorbeeld op de grond. Je zou dit een uiting van nederigheid kunnen noemen. Ik plaats mijzelf immers letterlijk lager dan hij.
Voor ons een mooie symboliek van hoe we ons tot elkaar verhouden.
Zulke symbolen zijn belangrijk voor ons geworden in de loop van de tijd. Ze helpen om de D/s levend, actueel en tastbaar te houden. Ze kunnen je soms ineens confronteren met de machtsverhoudingen waarin we leven: schokkend of heel fijn of vreselijk irritant. Om die confrontatie gaat het. Deze symbolen en afspraken bestaan niet slechts op de momenten dat ik mij nederig voel. Ze bestaan altijd en de bedoeling is dat ik ze ook altijd uitvoer. Bij een aantal afspraken speelt wel mee dat ik het moeilijker vind het goed en oprecht te doen, naarmate ik me minder nederig voel en makkelijker naarmate ik me nederiger voel.
Dat lijkt me een logische gang van zaken voor iemand die geen heilige is.
Dat betekent echter niet, in onze situatie, dat ik ze niet uitvoer. Voor ons is immer het uitgangspunt dat hij bepaalt en niet ik. Ook mijn gevoel van een bepaald moment is niet bepalend.
Dus komt het voor dat ik nederig gedrag vertoon zonder me nederig te voelen op dat moment? Jazeker.
En daar is niets mis mee, het gedrag is immers correct? Ik speel niets en veins ook geen nederig gevoel. Ik geef blijk van mijn nederige positie.
Die twee dingen zijn namelijk niet hetzelfde: mijn positie is altijd één van onderworpenheid, ondergeschiktheid. Mijn gevoel geeft soms strijd of zit anders in elkaar. Soms volgt het gevoel de positie, maar dat is geen voorwaarde voor die positie. Die bestaat namelijk ook nog als ik me opstandig, in de werkmodus, gestressed of slaperig voel.
Fake zou ik een situatie vinden waarin ik zelf bepaal welke gedragingen nederig zijn of welk gedrag hoort in onze relatie. Zonder dat Frank dat vraagt, zonder dat Frank er een stem in heeft, zonder dat hij het wil. Dan is het voor ons vorm zonder inhoud en is het leeg gedrag zonder betekenis.
Waarom zou je daartoe over gaan?
Labels:
Frank,
Nederig,
onderdanigheid,
symboliek
donderdag 20 mei 2010
Nederigheid 3
Als ik me oprecht nederig voel, dan is dat een heel vredig gevoel:
ik ben blij met wat ik heb en ik eis niets.
Ik ben dankbaar voor wat me gegeven wordt.
Tegelijkertijd heb ik niet het gevoel iets tekort te komen.
Ik heb alles wat nodig is.
Ik voel me vredig en zoals Desmond Tutu vaak zegt: "Truely Blessed".
Me oprecht nederig voelen is niet te verwarren met me oprecht nederig gedragen.
Die twee gaan niet automatisch samen.
ik ben blij met wat ik heb en ik eis niets.
Ik ben dankbaar voor wat me gegeven wordt.
Tegelijkertijd heb ik niet het gevoel iets tekort te komen.
Ik heb alles wat nodig is.
Ik voel me vredig en zoals Desmond Tutu vaak zegt: "Truely Blessed".
Me oprecht nederig voelen is niet te verwarren met me oprecht nederig gedragen.
Die twee gaan niet automatisch samen.
Nederigheid 2
Niet lang geleden zag ik een interview met Desmond Tutu, aartsbischop in Zuid-Afrika.
Het viel mij op hoe prachtig deze man nederigheid in beeld brengt. Hij combineert dit heel mooi met een warme uitstraling, een zelfverzekerde houding en niet te vergeten: een fikse dosis humor.
In zijn taalgebruik merk je dat hij niet alleen het word nederig en nederigheid gebruikt, maar ook andere woorden die de uitstraling erg onderstrepen. Hij zegt bijvoorbeeld dankbaar te zijn voor wat hij heeft meegemaakt en ziet de dingen die hij mag doen als een privilege. Ook benadrukt hij zijn eigen rol als dienaar van God en van het Zuid-Afrikaanse volk.
Hij zegt bijvoorbeeld: “It was truely humbling to have the privilege to be a witness of the strength of the African people.”
Hij straalt dankbaarheid uit, maar ook dat hij veel te geven heeft en blij is met zichzelf en zijn leven. Zijn uitstraling is heel echt, authentiek.
Uit: Desmond Tutu, God Has a Dream: A Vision of Hope for Our Time (New York: Doubleday, 2004), 82:
Despite all his honors, Tutu remains at heart a humble priest and servant. He tells how, while flying one time, a passenger mistook him for Bishop Abel Muzorewa when they asked an air hostess to request his autograph; "I tried to look modest, although I was thinking in my heart that there were some people who recognized a good thing when they saw it. As she handed me the book and I took out my pen, she said, 'you are Bishop Muzorewa, aren't you?'." "That certainly," writes Tutu, "helped keep my ego in check."
Ik vergelijk mezelf niet met Desmond Tutu, maar ik vind die nederige uitstraling mooi en probeer ervan te leren.
Het viel mij op hoe prachtig deze man nederigheid in beeld brengt. Hij combineert dit heel mooi met een warme uitstraling, een zelfverzekerde houding en niet te vergeten: een fikse dosis humor.
In zijn taalgebruik merk je dat hij niet alleen het word nederig en nederigheid gebruikt, maar ook andere woorden die de uitstraling erg onderstrepen. Hij zegt bijvoorbeeld dankbaar te zijn voor wat hij heeft meegemaakt en ziet de dingen die hij mag doen als een privilege. Ook benadrukt hij zijn eigen rol als dienaar van God en van het Zuid-Afrikaanse volk.
Hij zegt bijvoorbeeld: “It was truely humbling to have the privilege to be a witness of the strength of the African people.”
Hij straalt dankbaarheid uit, maar ook dat hij veel te geven heeft en blij is met zichzelf en zijn leven. Zijn uitstraling is heel echt, authentiek.
Uit: Desmond Tutu, God Has a Dream: A Vision of Hope for Our Time (New York: Doubleday, 2004), 82:
Despite all his honors, Tutu remains at heart a humble priest and servant. He tells how, while flying one time, a passenger mistook him for Bishop Abel Muzorewa when they asked an air hostess to request his autograph; "I tried to look modest, although I was thinking in my heart that there were some people who recognized a good thing when they saw it. As she handed me the book and I took out my pen, she said, 'you are Bishop Muzorewa, aren't you?'." "That certainly," writes Tutu, "helped keep my ego in check."
Ik vergelijk mezelf niet met Desmond Tutu, maar ik vind die nederige uitstraling mooi en probeer ervan te leren.
Labels:
authentiek,
Nederig,
uitstraling
zaterdag 15 mei 2010
quote
"Do I contradict myself?
Very well, then I contradict myself, I am large, I contain multitudes."
Very well, then I contradict myself, I am large, I contain multitudes."
(Walt Whitman: Song of Myself)
Labels:
citaat,
tegenstrijdig
donderdag 13 mei 2010
Nederigheid
Wat is nederigheid, een nederig gevoel?
Van Dale:
ne·de·rig bn, bw 1 onaanzienlijk, gering 2 bescheiden, deemoedig
Wikipedia:
Nederigheid is bij mensen een houding of eigenschap die zich kenmerkt door weinig voor zichzelf te eisen en zichzelf niet op de voorgrond te plaatsen, en afkeer van gebruik van macht of aanvaarden, laat staan opeisen, van eer. Nederigheid is niet te combineren met egoïsme of egocentriciteit.
Nederigheid dient niet verward te worden met gebrek aan zelfwaardering.
Mooi, dat laatste zinnetje;-)
Wat is mijn eerste associatie met nederigheid?
Op een kleine boot op een grote zee. Met een kleine groep zijn we er op uit om walvissen te zien. We zijn al uren onderweg, iedereen draagt beschermende regenkleding tegen de kou en de wind. Waar je ook kijkt, zie je water, nergens is meer land. Het is onzeker of we gaan zien waar we zo op hopen.
Dan ineens verschijnen er tientallen grote 'white beaked dolphins' om onze boot, ze springen mee met de golven die het bootje maakt. Iets verderop een enorme verschijning: een staart, een deel van een rug, een golf water die wordt opgespoten: een bultrugwalvis. Verrukt kijk ik, slurp de beelden in me op, genietend van het moment, dankbaar.
Op zo'n kleine boot op zo'n groot water. En wetend: hier heeft de natuur het voor het zeggen, niet de mens. Wij mogen even kijken, verder hebben we hier niets te zoeken...niets te zeggen.
Van Dale:
Je hebt gezocht op het woord: nederig.
ne·de·rig bn, bw 1 onaanzienlijk, gering 2 bescheiden, deemoedig
Wikipedia:
Nederigheid is bij mensen een houding of eigenschap die zich kenmerkt door weinig voor zichzelf te eisen en zichzelf niet op de voorgrond te plaatsen, en afkeer van gebruik van macht of aanvaarden, laat staan opeisen, van eer. Nederigheid is niet te combineren met egoïsme of egocentriciteit.
Nederigheid dient niet verward te worden met gebrek aan zelfwaardering.
Mooi, dat laatste zinnetje;-)
Wat is mijn eerste associatie met nederigheid?
Op een kleine boot op een grote zee. Met een kleine groep zijn we er op uit om walvissen te zien. We zijn al uren onderweg, iedereen draagt beschermende regenkleding tegen de kou en de wind. Waar je ook kijkt, zie je water, nergens is meer land. Het is onzeker of we gaan zien waar we zo op hopen.
Dan ineens verschijnen er tientallen grote 'white beaked dolphins' om onze boot, ze springen mee met de golven die het bootje maakt. Iets verderop een enorme verschijning: een staart, een deel van een rug, een golf water die wordt opgespoten: een bultrugwalvis. Verrukt kijk ik, slurp de beelden in me op, genietend van het moment, dankbaar.
Op zo'n kleine boot op zo'n groot water. En wetend: hier heeft de natuur het voor het zeggen, niet de mens. Wij mogen even kijken, verder hebben we hier niets te zoeken...niets te zeggen.
Labels:
deemoedig,
Nederig,
onaanzienlijk
zondag 9 mei 2010
"Calm submission"
Laatst keek ik naar een programma op National Geographic, dat heet ‘the dog whisperer’. Nu heb ik altijd al een enorme fascinatie gehad voor menselijk gedrag en daar ook mijn beroep van gemaakt, min of meer. Maar het gedrag van dieren is iets wat me ook enorm boeit. In deze serie kun je beide aanschouwen, dus je snapt al dat het me wel aanspreekt. De eerlijkheid gebiedt met te zeggen, dat er nog een andere reden was waarom deze serie me wel intrigeerde en ik het eens wilde zien. Het voorfilmpje onthulde een nogal macho overkomende man die allerlei wilde honden in bedwang hield. Ik heb zelf ervaring noch verstand van honden, maar ken de geluiden wel over hierarchische gevoeligheid, leiderschap, alfahonden en het leven in rangorde van deze dieren. Niet echt verwonderlijk dat ik benieuwd was wat hierover in de serie werd gezegd en hoe dat werd uitgewerkt.
Als eerste viel me op dat de gepresenteerde man veel minder nepachtige macho was dan ik aanvankelijk dacht. Wat is nepachtig macho? Tsja, iemand (vaak man) die zich groter voordoet dan hij is en alle moeite doet om zelf stoer en sterk zichzelf centraal te stellen. Een beetje een egotripper zeg maar. Ik weet het: kort door de bocht, maar het gaat hier dan ook om een onderbuikgevoel bij een bepaald type mens.
Deze man behoorde dus niet tot die categorie. Wat ik leuk vond, was dat hij authentiek was, humor had, niet opdringerig zichzelf centraal stelde en iets zorgzaams uitstraalde. Bovendien wilde hij de baasjes in nood echt helpen om beter met hun (probleem) hond om te gaan. Kwam alles bij elkaar deskundig over met zelfs nog een flinke scheut bescheidenheid, omdat hij vermeldde dat iedereen dit kan, mits je je goed in de hond verdiept en je je best doet een stabiele, rustige leider te zijn. Want dat was wel de essentie: neem je als mens niet de leiding en laat je merken dat je ‘in control’ bent, dan zal de hond onrustig en ongelukkig zijn. Ook zal de hond in meerdere gevallen dominant gedrag vertonen en bijvoorbeeld fietsers aanvallen, andere honden corrigeren die zich slecht gedragen (onder het motto: iemand moet het doen en als het baasje het niet doet, dan moet ik wel!) en desnoods het baasje de les lezen. Immers, zo lijkt het credo van een hond te zijn: iemand moet de leiding in handen nemen, anders komt het niet goed met ons. Wil je een hond gelukkig maken, dan zorg je ervoor dat hij komt in een toestand die deze ‘dog whisperer’ steeds weer omschreef als “calm submission” m.a.w. ontspannen en onderdanig. De heerlijkste gemoedstoestand voor een hond, welteverstaan. Opperst geluk. Je hoeft immers niks, alleen te volgen en te vertrouwen dat iemand anders het goed voor elkaar heeft. Heerlijk. De goede momenten in de training waren ook die, waarin de hond niets anders deed dan volgen. Dan was ie rustig, ontspannen en vertrouwde hij erop.
Interessant was, dat deze man benadrukte dat het om vertrouwen ging. Dat een hond een positieve associatie bij hem had als leider. Respect is het niet, zei hij, het is vertrouwen. Respect komt misschien later, nu nog niet.
Mooi gezegd, want dat hoor je ook weleens: met geweld respect afdwingen, er meteen helemaal boven staan. Dit baasje ging daar niet voor. Die liet de hond voelen dat hij het beste met hem voor had en wist wat een hondehart begeert en echt rustig maakt. Kalm leiderschap, de hond begrijpen. Niet macho er bovenop en huppekee domineren die handel. Tenminste, dat heb ik he m niet zien doen.
De parallel was snel gelegd. Ik herkende mij hier wel in. Ik herkende mij in het heerlijke gevoel van ‘calm submission’. Een gemoedstoestand waarin ik erop vertrouw dat ik Frank kan volgen en dat het ok is, dat ik de leiding niet hoef te hebben. Vertrouwen als basis, ook dat herkende ik. Als dat goed zit en het ‘baasje’1001 x fijn alfagedrag heeft vertoond waar je je als hierarchiegevoelige graag volgend bij opstelt, als ie bovendien betrouwbaar en zorgzaam is en af en toe toch ook wel zijn tanden laat zien, dan is er ook zeker veel respect.
Ook herkende ik me erin dat als hij de leiding niet neemt of ik denk dat hij dat niet neemt, dat ik dan eerder de neiging heb om op te letten en zaken te regelen en noem maar op. Een situatie die niet echt prettig werkt bij ons thuis. Nu zijn we geen honden, dus bijt ik zelden. Maar je merkt in de interactie wel, de momenten waarop ons principe van leiden en volgen niet klopt en we elkaar in de haren vliegen. Dat gaat over, niet doordat ik mij kalm en onderdanig opstel, maar meestal doordat hij- soms corrigerend- aanwezig is, vertrouwen uitstraalt en vanzelfsprekend de leiding neemt zonder me al te veel keus te geven. Instinctief reageren wij sterk op elkaar, dat leiden en volgen moet in balans zijn, anders wordt het blaffen en grommen. Van twee kanten overigens.
Als eerste viel me op dat de gepresenteerde man veel minder nepachtige macho was dan ik aanvankelijk dacht. Wat is nepachtig macho? Tsja, iemand (vaak man) die zich groter voordoet dan hij is en alle moeite doet om zelf stoer en sterk zichzelf centraal te stellen. Een beetje een egotripper zeg maar. Ik weet het: kort door de bocht, maar het gaat hier dan ook om een onderbuikgevoel bij een bepaald type mens.
Deze man behoorde dus niet tot die categorie. Wat ik leuk vond, was dat hij authentiek was, humor had, niet opdringerig zichzelf centraal stelde en iets zorgzaams uitstraalde. Bovendien wilde hij de baasjes in nood echt helpen om beter met hun (probleem) hond om te gaan. Kwam alles bij elkaar deskundig over met zelfs nog een flinke scheut bescheidenheid, omdat hij vermeldde dat iedereen dit kan, mits je je goed in de hond verdiept en je je best doet een stabiele, rustige leider te zijn. Want dat was wel de essentie: neem je als mens niet de leiding en laat je merken dat je ‘in control’ bent, dan zal de hond onrustig en ongelukkig zijn. Ook zal de hond in meerdere gevallen dominant gedrag vertonen en bijvoorbeeld fietsers aanvallen, andere honden corrigeren die zich slecht gedragen (onder het motto: iemand moet het doen en als het baasje het niet doet, dan moet ik wel!) en desnoods het baasje de les lezen. Immers, zo lijkt het credo van een hond te zijn: iemand moet de leiding in handen nemen, anders komt het niet goed met ons. Wil je een hond gelukkig maken, dan zorg je ervoor dat hij komt in een toestand die deze ‘dog whisperer’ steeds weer omschreef als “calm submission” m.a.w. ontspannen en onderdanig. De heerlijkste gemoedstoestand voor een hond, welteverstaan. Opperst geluk. Je hoeft immers niks, alleen te volgen en te vertrouwen dat iemand anders het goed voor elkaar heeft. Heerlijk. De goede momenten in de training waren ook die, waarin de hond niets anders deed dan volgen. Dan was ie rustig, ontspannen en vertrouwde hij erop.
Interessant was, dat deze man benadrukte dat het om vertrouwen ging. Dat een hond een positieve associatie bij hem had als leider. Respect is het niet, zei hij, het is vertrouwen. Respect komt misschien later, nu nog niet.
Mooi gezegd, want dat hoor je ook weleens: met geweld respect afdwingen, er meteen helemaal boven staan. Dit baasje ging daar niet voor. Die liet de hond voelen dat hij het beste met hem voor had en wist wat een hondehart begeert en echt rustig maakt. Kalm leiderschap, de hond begrijpen. Niet macho er bovenop en huppekee domineren die handel. Tenminste, dat heb ik he m niet zien doen.
De parallel was snel gelegd. Ik herkende mij hier wel in. Ik herkende mij in het heerlijke gevoel van ‘calm submission’. Een gemoedstoestand waarin ik erop vertrouw dat ik Frank kan volgen en dat het ok is, dat ik de leiding niet hoef te hebben. Vertrouwen als basis, ook dat herkende ik. Als dat goed zit en het ‘baasje’1001 x fijn alfagedrag heeft vertoond waar je je als hierarchiegevoelige graag volgend bij opstelt, als ie bovendien betrouwbaar en zorgzaam is en af en toe toch ook wel zijn tanden laat zien, dan is er ook zeker veel respect.
Ook herkende ik me erin dat als hij de leiding niet neemt of ik denk dat hij dat niet neemt, dat ik dan eerder de neiging heb om op te letten en zaken te regelen en noem maar op. Een situatie die niet echt prettig werkt bij ons thuis. Nu zijn we geen honden, dus bijt ik zelden. Maar je merkt in de interactie wel, de momenten waarop ons principe van leiden en volgen niet klopt en we elkaar in de haren vliegen. Dat gaat over, niet doordat ik mij kalm en onderdanig opstel, maar meestal doordat hij- soms corrigerend- aanwezig is, vertrouwen uitstraalt en vanzelfsprekend de leiding neemt zonder me al te veel keus te geven. Instinctief reageren wij sterk op elkaar, dat leiden en volgen moet in balans zijn, anders wordt het blaffen en grommen. Van twee kanten overigens.
Labels:
hiërarchie,
honden,
onderdanigheid,
relatie
zondag 24 januari 2010
De ideale D/s
Ik vroeg aan een andere sub ‘wat is voor jou de ideale D/s’? Zij kaatste die vraag meteen terug en ik begon erover na te denken. Wat een onmogelijke vraag ook eigenlijk!
En wat is ideaal? Ideaal als in: ‘meest haalbaar’ of als in ‘de ideale fantasie’?
Voor mij persoonlijk klinkt ‘ meest haalbaar’ te veel als een compromis. Daar ben ik te radicaal voor, te veel een ‘alles of niks’ persoon, ook in mijn onderdanigheid. Tegelijkertijd is het leven geen fantasie, dus ook dat klopt niet. Wie wil er niet 24/7 in extase verkeren? Maar toch…daar gaat de ideale D/s voor mij niet over.
Streef onbekommerd naar het ideale, zegt Loesje. Zo leef ik ook, zij hij niet altijd onbekommerd:).
Wat zijn nou ingrediënten voor een ideale D/s? Frank zou hierover meteen zeggen: intensief met elkaar bezig zijn, onophoudelijk intensief met elkaar bezig zijn.
Daar kan ik me in vinden, ook gezien de ervaring. Als wij intensief bezig zijn met elkaar, dan is dat automatisch op onze D/s manier, met veel dominantie en veel onderdanigheid in de interactie. Met veel uitingen daarvan en met veel gevoel.
Ideaal is dus heel erg ‘wij’ in onze eigen wereld, op onze eigen manier. Hoe dat zich ook uit. Het beeld van altijd naakt geketend aan zijn voeten te zitten, radicaal onderworpen, dringt zich wel bij me op. Maar….eigenlijk gaat het om de interactie die helemaal bij ons past. En daarin wil de uitingsvorm nogal eens verschillen. Voor mij als onderdanige speelt het wel een grote rol dat ‘intensief met elkaar bezig zijn’ betekent: hij let erg op mij. Hij laat me niet ontsnappen. Hij kijkt door me heen en houdt me gevangen. Gevangen op welke manier dan ook, maar (uiteraard) vooral mentaal. Dat maakt dat ik me gezien en veilig voel en me ook helemaal open stel.
Ondanks de grote nadruk op Frank en mij, zit voor in het ideaal ook een soort ‘gemeenschapscomponent ‘, Frank en ik, maar ook iets van een bredere kring er omheen, delen.
Dat is niet hetzelfde als ‘subjes delen’ of ‘subjes uitlenen’. Ik weet dat dat Franks ding niet is. Dat is ook wel erg cliché en zou bijten met de bezitterigheid en zorgzaamheid van dominanten zoals Frank. Voor dat soort dingen zijn wij ook veel te teruggetrokken en te veel op onszelf. Het delen doet er echter wel toe. Dat je juist niet totaal alleen bent in die ‘grote boze bdsm-wereld’, zoals ik het soms verwoord. Soms kan delen de D/s gevoelens of nederigheid vergroten of je kunt van andere mensen die je een spiegel voorhouden leren. Soms zorgt delen voor gevoelens van veiligheid. Namelijk het idee dat je ook op anderen terug zou kunnen vallen, bij wijze van vraagbaak, maar ook bij wijze van steun. Weten dat er mensen zijn die iets snappen van dat wat we doen, ook als dat op afstand is.
Alles bij elkaar is mijn beeld van de ideale D/s redelijk basaal en gaat het me niet om uitingsvormen of lekkere subgevoelens (al is daar niks mis mee). Het gaat me vooral om een soort continuïteit, waarin ik me echt in de kern geraakt en echt verbonden weet.
En wat is ideaal? Ideaal als in: ‘meest haalbaar’ of als in ‘de ideale fantasie’?
Voor mij persoonlijk klinkt ‘ meest haalbaar’ te veel als een compromis. Daar ben ik te radicaal voor, te veel een ‘alles of niks’ persoon, ook in mijn onderdanigheid. Tegelijkertijd is het leven geen fantasie, dus ook dat klopt niet. Wie wil er niet 24/7 in extase verkeren? Maar toch…daar gaat de ideale D/s voor mij niet over.
Streef onbekommerd naar het ideale, zegt Loesje. Zo leef ik ook, zij hij niet altijd onbekommerd:).
Wat zijn nou ingrediënten voor een ideale D/s? Frank zou hierover meteen zeggen: intensief met elkaar bezig zijn, onophoudelijk intensief met elkaar bezig zijn.
Daar kan ik me in vinden, ook gezien de ervaring. Als wij intensief bezig zijn met elkaar, dan is dat automatisch op onze D/s manier, met veel dominantie en veel onderdanigheid in de interactie. Met veel uitingen daarvan en met veel gevoel.
Ideaal is dus heel erg ‘wij’ in onze eigen wereld, op onze eigen manier. Hoe dat zich ook uit. Het beeld van altijd naakt geketend aan zijn voeten te zitten, radicaal onderworpen, dringt zich wel bij me op. Maar….eigenlijk gaat het om de interactie die helemaal bij ons past. En daarin wil de uitingsvorm nogal eens verschillen. Voor mij als onderdanige speelt het wel een grote rol dat ‘intensief met elkaar bezig zijn’ betekent: hij let erg op mij. Hij laat me niet ontsnappen. Hij kijkt door me heen en houdt me gevangen. Gevangen op welke manier dan ook, maar (uiteraard) vooral mentaal. Dat maakt dat ik me gezien en veilig voel en me ook helemaal open stel.
Ondanks de grote nadruk op Frank en mij, zit voor in het ideaal ook een soort ‘gemeenschapscomponent ‘, Frank en ik, maar ook iets van een bredere kring er omheen, delen.
Dat is niet hetzelfde als ‘subjes delen’ of ‘subjes uitlenen’. Ik weet dat dat Franks ding niet is. Dat is ook wel erg cliché en zou bijten met de bezitterigheid en zorgzaamheid van dominanten zoals Frank. Voor dat soort dingen zijn wij ook veel te teruggetrokken en te veel op onszelf. Het delen doet er echter wel toe. Dat je juist niet totaal alleen bent in die ‘grote boze bdsm-wereld’, zoals ik het soms verwoord. Soms kan delen de D/s gevoelens of nederigheid vergroten of je kunt van andere mensen die je een spiegel voorhouden leren. Soms zorgt delen voor gevoelens van veiligheid. Namelijk het idee dat je ook op anderen terug zou kunnen vallen, bij wijze van vraagbaak, maar ook bij wijze van steun. Weten dat er mensen zijn die iets snappen van dat wat we doen, ook als dat op afstand is.
Alles bij elkaar is mijn beeld van de ideale D/s redelijk basaal en gaat het me niet om uitingsvormen of lekkere subgevoelens (al is daar niks mis mee). Het gaat me vooral om een soort continuïteit, waarin ik me echt in de kern geraakt en echt verbonden weet.
identiteit
Onlangs las ik een boek met de titel ‘man/vrouw, min of meer’, over mensen die zich, op wat voor manier dan ook, niet thuis voelen in de categorie man of vrouw.
Ik dacht zo na over het fenomeen dat in het boek ook wordt besproken: je identificeren met een bepaalde rol of een bepaalde groep. Zoals man of vrouw. En ik realiseer me dat ik dat eigenlijk nooit zo had. Ik heb me nooit echt geïdentificeerd met dat soort categorieën. Zoals iemand ooit heel treffend zei: “Daar staan de mannen, daar de vrouwen en hier sta ik.” Als een observant.
Met welke groep voel ik me gewoon natuurlijk gezien verwant? En is dat voor andere mensen echt heel anders dan hoe ik dat voel?
De eerste keer dat ik voelde dat een rol, een bepaald iets me als gegoten zat, heel natuurlijk, dat was het moederschap. Dat voelde natuurlijk, dat klopte, daar had ik gewoon vertrouwen in. Het klopte bij mijn binnenkant. Punt. Geen twijfel over mogelijk.
En ik voel ook verbondenheid met andere moeders. altijd gevoeld, een soort vanzelfsprekende solidariteit.
Zouden andere mensen dat ook hebben als het gaat om man zijn, vrouw zijn, hetero, homo of bi zijn? Ik niet dus.
Ik heb dat, maar dat is wat anders, wel met Frank: ik voel dat we bij elkaar horen.
Maar dat is niet hetzelfde als dat ik denk: het is een heterorelatie, of: ik moet een relatie met een man. Dat is niet te veralgemeniseren denk ik. Voor mij niet tenminste.
Ik voel me sinds de relatie met hem heel erg thuis in het gevoel van onderdanigheid en noem mezelf dus sub of misschien breder: bdsm-er. Maar past die D/s jas me net zo goed en natuurlijk als het moederschap? Het is weerbarstigerer materie voor mijn gevoel, veel minder duidelijk en minder eenduidig waarover het gaat. Want bdsm is zo vreselijk breed. Ik merk wel dat het ‘hokje’ eigendom van Frank me erg goed past, het totale opgaan in hem, loslaten van verantwoordelijkheid, heel bewust omgaan met controlemechanismes in mezelf. Dat past bij mij en bij alles wat ik altijd al diep in mezelf heb gehad.
Het erkennen van mijn subkant was echt helemaal thuiskomen, gezien worden, weten dat dit bij me hoort. Maar toch is het anders dan het moederschap. Of ben ik nog niet zo ver dat ik werkelijk mijn instincten hierin volg?
Ik dacht zo na over het fenomeen dat in het boek ook wordt besproken: je identificeren met een bepaalde rol of een bepaalde groep. Zoals man of vrouw. En ik realiseer me dat ik dat eigenlijk nooit zo had. Ik heb me nooit echt geïdentificeerd met dat soort categorieën. Zoals iemand ooit heel treffend zei: “Daar staan de mannen, daar de vrouwen en hier sta ik.” Als een observant.
Met welke groep voel ik me gewoon natuurlijk gezien verwant? En is dat voor andere mensen echt heel anders dan hoe ik dat voel?
De eerste keer dat ik voelde dat een rol, een bepaald iets me als gegoten zat, heel natuurlijk, dat was het moederschap. Dat voelde natuurlijk, dat klopte, daar had ik gewoon vertrouwen in. Het klopte bij mijn binnenkant. Punt. Geen twijfel over mogelijk.
En ik voel ook verbondenheid met andere moeders. altijd gevoeld, een soort vanzelfsprekende solidariteit.
Zouden andere mensen dat ook hebben als het gaat om man zijn, vrouw zijn, hetero, homo of bi zijn? Ik niet dus.
Ik heb dat, maar dat is wat anders, wel met Frank: ik voel dat we bij elkaar horen.
Maar dat is niet hetzelfde als dat ik denk: het is een heterorelatie, of: ik moet een relatie met een man. Dat is niet te veralgemeniseren denk ik. Voor mij niet tenminste.
Ik voel me sinds de relatie met hem heel erg thuis in het gevoel van onderdanigheid en noem mezelf dus sub of misschien breder: bdsm-er. Maar past die D/s jas me net zo goed en natuurlijk als het moederschap? Het is weerbarstigerer materie voor mijn gevoel, veel minder duidelijk en minder eenduidig waarover het gaat. Want bdsm is zo vreselijk breed. Ik merk wel dat het ‘hokje’ eigendom van Frank me erg goed past, het totale opgaan in hem, loslaten van verantwoordelijkheid, heel bewust omgaan met controlemechanismes in mezelf. Dat past bij mij en bij alles wat ik altijd al diep in mezelf heb gehad.
Het erkennen van mijn subkant was echt helemaal thuiskomen, gezien worden, weten dat dit bij me hoort. Maar toch is het anders dan het moederschap. Of ben ik nog niet zo ver dat ik werkelijk mijn instincten hierin volg?
Labels:
D/s,
Frank,
identiteit
Zelfopoffering
Er zijn vrouwen die te veel in de liefde investeren en er te veel van verwachten, vrouwen die de neiging hebben zichzelf op te offeren en weg te cijferen, allemaal in de hoop dat hij gelukkig zal zijn. Dit krampachtig verlangen tast vaak het emotionele welzijn van die vrouwen aan en kan zelfs hun fysieke gezondheid en veiligheid in gevaar brengen. In ‘Als hij maar gelukkig is’ laat pyschotherapeute Robin Norwood zien hoe verlammend zelfopoffering kan werken en hoe je eraan kunt ontsnappen.Dit stukje tekst, een recensie van bovengenoemd boek, trof mij. Ik ken het boek, heb het mechanisme bij vrouwen ook al vaak gezien, helaas. Ik geloof dat mijn moeder het had, om inzicht te krijgen in ‘te-veel-zorg-geven-mechanismes’. Mij ook wel bekend in het leven.
Het valt me op dat het nodig lijkt om uit te leggen dat dat wat wij hebben niet om zelfopoffering gaat. Uiterlijk gezien kun je zeggen dat onze relatie erom draait dat ik toevoeg aan zijn geluk, dat ik er ben voor hem, alles doe wat in mijn macht ligt, om het hem naar de zin te maken. In feite klopt dat wel zo’n beetje. Maar hier is geen sprake van misbruik, maar van ‘gebruik’. Gebruik van ons beider blauwdruk, geaardheid. Of van de manier waarop wij ons het gelukkigst voelen ten opzichte van elkaar. Hoe je dat ook wilt noemen.
Er is zeker geen sprake van opoffering, omdat we uitgaan van wederkerigheid en dat in principe niet het geval is bij een misbruikrelatie. Of misschien is dat niet het onderscheidende. Is het meer de bewustheid waarmee wij dit leven leven, hier voor gaan, voor kiezen.
Ik offer niet op. Ik cijfer niet weg. Ik dien wel. Ik ben onderworpen en ondergeschikt aan hem. En dat is dus niet omdat ik minder belangrijk ben, niet voor mezelf op kan komen of omdat mijn behoeftes er niet toe doen. Mijn behoeftes liggen juist in dat dienen en in dat ‘wegcijferen’ of eigenlijk quasi wegcijferen. Want eigenlijk is dit wel een paradox: mijn behoeftes liggen in een bepaalde vorm van ‘zelfontkenning’. Misschien is loslaten van mezelf beter gezegd trouwens. Er is dus geen sprake van zelfopoffering, maar van zelfactualisatie. Ik kan juist helemaal mezelf zijn door deze mechanismes. Juist binnen de grenzen van onze D/s, waarbinnen ook mijn gezondheid en welzijn gewaarborgd zijn en Frank zich uiterst verantwoordelijk voelt.
Ik merk dat ik probeer het zo te schrijven dat ook een vanilla het zou snappen. Maar is dat mogelijk? Lijkt het oppervlakkig gezien niet toch zo op elkaar? Een belangrijk verschil is wel dat je aan ons kunt zien dat we gelukkig zijn, zelfbewust zijn en goed in ons vel zitten. Je kunt zien dat er veel zorg en liefde is voor elkaar.
Labels:
D/s,
Frank,
vanilla,
zelfopoffering
Abonneren op:
Posts (Atom)